zoeken
 
   
  broodkruimel  

Asbest

Op deze pagina's vindt u alle informatie over asbest, welke soorten er zijn en wat het gevaar kan zijn bij het aantreffen van asbest. Tevens vertelt deze pagina u hoe te handelen na het constateren van asbest in uw (werk)omgeving.

1. Wat is asbest
2. Welke soorten asbest zijn er
3. Toepassingen van asbest
4. De toepassingen

1. Wat is asbest

Asbest is een verzamelnaam voor een aantal mineralen die zijn opgebouwd uit microscopisch kleine, naaldachtige vezels. Asbest heeft lang bekend gestaan om zijn goede eigenschappen: het is sterk, slijtvast, isolerend, bestand tegen logen, zuren en hoge temperaturen en bovendien goedkoop. Daarom zijn asbesthoudende materialen in het verleden veel gebruikt, bijvoorbeeld in gebouwen en woningen. De meest toegepaste soorten zijn witte asbest (chrysotiel), blauwe asbest (crocidoliet) en bruine asbest (amosiet).

naar top van pagina

2. Welke soorten asbest zijn er

Asbest is een natuurlijk mineraal, wat op een aantal plaatsen in de wereld in de loop der tijd is gevormd. Het is een bijzondere materie - `een speling van de natuur' - welke door een aantal toevallige omstandigheden zo is ontstaan. In die zin is het vergelijkbaar met andere bijzondere mineralen zoals diamant of mica.


Op enkele plaatsen in de wereld komt asbest in die hoeveelheden voor dat het commercieel aantrekkelijk is om het te exploiteren. Zo zijn er winningsplaatsen in Rusland, China, Brazilië, Canada, Zuid-Afrika, Australië, India, Siberië, Italië en Cyprus.

Soorten asbest

Asbest is eigenlijk een verzamelnaam voor meerdere mineralen die wat betreft chemische samenstelling en fysische eigenschappen erg veel op elkaar lijken.
In de praktijk worden de verschillende soorten asbest wel met hun oorspronkelijke kleur aangeduid. Zo is er bijvoorbeeld sprake van witte, blauwe of bruine asbest. Deze verschillende kleuren zijn vooral bij ruwe asbest te zien. Zodra asbest bewerkt wordt verdwijnen deze kleurverschillen bijna volledig. Als men wil bepalen welke asbestsoort gebruikt is in een bepaalde toepassing, zal dit door een deskundige persoon met behulp van microscopie moeten gebeuren, omdat men niet zonder meer op de kleur kan afgaan.

De verschillende soorten asbest zijn onderverdeeld in twee groepen:
a. Serpetijnen
Hiertoe hoort Chrysotiel, ook wel witte asbest genoemd.
b. Amfibolen
Hiertoe horen onder meer:
- Crocidoliet (blauw asbest)
- Amosiet (bruin asbest)

In de praktijk komen we vooral deze 3 genoemde soorten asbest tegen, er zijn nog enkele andere soorten asbest, maar die zijn nauwelijks toegepast op grote schaal.

Chrysotiel is verreweg het meest verwerkt: in zo'n 90% van de producten waarin asbest verwerkt is komen we chrysotiel tegen.

De productiecijfers voor asbest op wereldschaal zijn globaal als volgt:
Chrysotiel (wit asbest) 85%
Crocidoliet (blauw asbest) 10%
Amosiet (bruin asbest) 5%

Chemische samenstelling en structuur

Als we asbest onder de microscoop bekijken zien we een vezelstructuur. Deze vezels bestaan uit langwerpige kristallen. En het zijn met name deze langwerpige kristallen die zo bijzonder zijn aan asbest en die bepalend zijn voor de eigenschappen van asbest. Chemisch gezien bestaat asbest voornamelijk uit kiezel (silicium) gebonden aan een of meer metalen en zouten.

Elke soort asbest heeft zijn eigen kristalstructuur. Dat maakt dat er onderling ook verschillende eigenschappen zijn. Hierna worden van de 3 meest toegepaste soorten enkele fysische kenmerken gegeven.

Chrysotiel

De chrysotiel structuur bestaat uit een dubbellaag, waarvan één laag Mg, O en OH bevat en de andere bestaat uit Si en O. De beide lagen passen niet exact op elkaar, waardoor de structuur enigszins oprolt om lange, holle buizen te vormen (fibrillen). De verbindingen tussen de lagen zijn zwak, waardoor chrysotiel asbestvezels een goede flexibiliteit bezitten.
De fibrillen zelf hebben een doorsnede van 15 - 40 mm. Bij bewerkingen zullen de broze vezels vaak splitsen. De chrysotiel vezel heeft de neiging om in de breedte te splitsen. De vezel wordt dan korter, maar houdt dezelfde diameter.
Het is ook mogelijk om de vezel in de lengterichting te splitsen. Chrysotiel ontleedt pas bij 600° - 800° C. De kristalstructuur verandert dan, waardoor de kenmerkende eigenschappen van deze asbestsoort grotendeels verloren gaan.

Crocidoliet en amosiet

Crocidoliet en amosiet (amfibolen) hebben een andere vezelstructuur dan chrysotiel. De kristallen zijn vergelijkbaar met lange dunnen naalden. Amfiboolvezels zijn massief, ruitvormig van doorsnede en minder flexibel dan de chrysotiele vezels, en ze hebben de neiging tot het afsplitsen van kleine, zeer scherpe splinters. De vezels bestaan in feite uit naast elkaar liggende kristallen en is uitvergroot meer vergelijkbaar met staaldraad.

De amfibole vezels hebben eerder de neiging om in de lengterichting te splitsen. Daardoor ontstaan vezels met dezelfde lengte maar met een kleinere diameter.
De ontledingstemperatuur van crocidoliet en amosiet ligt nog hoger dan van chrysotiel, namelijk bij zo'n 1200°C.

Eigenschappen van asbest

Door zijn bijzondere structuur heeft asbest een aantal eigenschappen die het altijd bijzonder aantrekkelijk hebben gemaakt om het op grote schaal en voor allerlei doeleinden te gebruiken.
Deze eigenschappen zijn:

  • Bestand tegen hoge temperaturen
  • Grote slijtvastheid
  • Grote treksterkte
  • Bestand tegen zuren en logen
  • Bestand tegen micro-organismen
  • Groot isolerend vermogen: hitte, geluid, elektriciteit
  • Grote duurzaamheid
  • Bestand tegen grote temperatuurschommelingen
  • Goed te verwerken met andere materialen
naar top van pagina

3. Toepassingen van asbest

Er zijn duizenden producten bekend waar asbest in verwerkt is, of waar asbest zelfs het belangrijkste materiaal is. Asbestvezels zijn goed te bewerken (verspinnen) tot weefsels en goed te verwerken in en met andere materialen.

Vanaf het begin van de 20e eeuw is asbest toegepast. In de jaren tussen 1950 en 1975 is asbest op grote schaal in de bouw toegepast.
Vermengd met andere materialen als cement, kalk, gips en kunststoffen, werd het onder meer gevormd tot plaat- en isolatiemateriaal.

Voorbeelden van toepassingen

Bij het slopen van bouwwerken kan men op allerlei plaatsen in het gebouw asbesthoudend materiaal tegenkomen. Hier worden een aantal veel voorkomende toepassingen gepresenteerd.

Spuitasbest
Spuitasbest is een mengsel van cement (of een ander bindmiddel) en asbest. In natte toestand werd het mengsel op de betreffende plaats gespoten.


Toepassingen:

een brandwerende laag voor diverse staalconstructies, met name pijlers en constructiebalken van bedrijfshallen en openbare gebouwen als brandwerende- én isolatielaag (thermisch en akoestisch) op wanden en plafonds. Voorbeelden: in zwembaden, sporthallen, theaters, schouwburgen, ziekenhuizen en parkeergarages.

Spuitasbest bestaat voor zo'n 85% uit asbest (meestal crocidoliet). Het is een bros materiaal met een losse structuur, waar gemakkelijk asbestvezels uit vrij kunnen komen. Sinds 1977 is het toepassen van spuitasbest verboden.

Asbestcement

Verreweg het meeste asbest is altijd verwerkt tot asbestcement-producten. De verhouding cement-asbest is bijna tegengesteld aan dat van spuitasbest. In asbestcement zit zo'n 10 tot 30% asbest.
Asbestcement is in allerlei vormen te vervaardigen. Bovendien kan het materiaal goed afgewerkt worden: kleuren, coaten, emailleren en harsen.

De toepassingen zijn dan ook velerlei. Enkele voorbeelden:

golfplaten (dakbedekking)

leien (dakbedekking)

systeemwanden

gevelplaten

tussenvloeren

vensterbanken

tafelbladen

traptreden

enkel- en dubbelwandige buissystemen (gas, riolering en drinkwater)



De asbest in asbestcement is goed gebonden door het cement. Asbestvezels komen met name vrij bij breuk en bij het bewerken van het asbestcement.

Overige toepassingen in bouwwerken

Hierna worden nog een aantal andere toepassingen van asbest genoemd in bouwwerken:

lichtgewicht isolatieplaten (warmte en geluid, bijvoorbeeld plafondplaten)

lichtgewicht brandwerende platen

asbestvilt en asbestpapier als bescherming tegen schimmel en rot (onder vloer-bedekking)

asbesttextiel, vooral in de vorm van flexibele isolatie van
elektrische leidingen

asbestkoord, vooral als afdichtingen bijvoorbeeld bij doorvoer van rookafvoerleidingen


Voor het slopen van elementen of delen van gebouwen waar asbesthoudend materiaal in voorkomt, is het van belang om te weten of de asbestvezels makkelijk vrij komen of niet.

De verschillende materialen waarin asbest is verwerkt worden onderverdeeld in hechtgebonden en niet-hechtgebonden materialen. Zoals de naam al zegt zal de asbestvezel bij niet-hechtgebonden materiaal veel gemakkelijker vrij komen dan bij hechtgebonden materiaal. Uit hechtgebonden materiaal komen asbestvezels alleen maar vrij bij bewerkingen (boren, zagen, breken), of door geforceerde slijtage (schuren). Niet-hechtgebonden materiaal is bros. Hier is door slijtage en verwering een veel groter risico op het voortdurend vrijkomen van asbestvezels.

naar top van pagina

4. De toepassingen

Asbesthoudende materialen zijn veel toegepast in bouwwerken als fabrieken, openbare gebouwen, woningen, stallen en schuren, maar ook in objecten, zoals bijvoorbeeld schepen, treinen, auto's en wegen. Asbesthoudend materiaal kan bovendien terecht zijn gekomen in puingranulaat, partijen grond en in de bodem.